Colofon

Honderd miljoen, of meer? Wie zal het zeggen. Vast staat in ieder geval dat ook ik mij geschaard heb onder de Internationale die in hun jeugd de Drie Musketiers en de Graaf van Monte Cristo verslonden hebben. Toen mijn eerste jeugd al voorbij was kwamen de titels opnieuw onder mijn aandacht. Op een rommelmarkt. Een stapeltje met postbode-elastieken bijeengehouden, stukgelezen bandjes. Uit jeugdsentiment heb ik ze meegenomen.

Bij herlezing bleken de boeken nog even opwindend en meeslepend als vroeger. Spijtig begon ik aan het laatste deeltje, het sluitstuk van de Verzamelde Werken naar ik meende. Maar in een antiquariaat liep ik enige jaren later een onbekende Dumas tegen het lijf: De gravin de Monsoreau. Twee kloeke delen uit 1849. De vondst was een verrassing, de lezing een openbaring. Niet alleen een roman die kon wedijveren met de gekende titels, maar ook het oude taalgebruik. Wie zoals ik nog nooit een boek uit die tijd had bekeken, verwacht een onleesbare tekst, vol onbegrijpelijke uitdrukkingen en verwarrende zinsbouw.

Het tegendeel is waar. Het is verbeeldingsrijke, poëtische taal die je moeiteloos leest. Men maakt elkaar uit voor rotte vis, maar doet dat op de meest wellevende wijze in spitsvondige dialogen. Een elegante stijl met een grote zeggingskracht. Als je de moderne vertalingen naast de toenmalige uitgave legt, zie je ook wat taalhervorming ons gebracht heeft. Misschien schuilt de literaire kracht vooral in het suggestieve archaïsche, en toch zo vertrouwde woordgebruik. Dit schept een extra dimensie. Zoals er ook iets magisch gebeurd wanneer Carmiggelt of Bomans een alledaagse trivialiteit beschrijven.

Daarbij komt nog de sensatie van het oude boek. De geur van het verleden, de leren band, het gemarmerde schutblad, de gravures en het ambachtelijke houtvrije papier.

.

Aangespoord door de ontmoeting met de gravin, ben ik in de bibliotheek eens nagegaan of Dumas nog meer op zijn kerfstok had en kwam op het onthutsende aantal van 400, waarvan er zo'n tachtig in het Nederlands zijn vertaald, voornamelijk in de oude berijming. Toen Internet haar intrede deed, heb ik het lijstje bij wijze van publieke dienstverlening op het web gezet, aangevuld met een korte biografie.

Intussen mag ik mij verheugen in het bezit van een omvangrijke negentiende eeuwse bibliotheek, met eerste Nederlandse uitgaven van Dickens, Sue, Thackeray, Mühlbach, Stevenson en vele andere in de vergetelheid geraakte schrijvers.

De afdeling Dumas bevat een dertigtal Nederlandstalige titels, waaronder enige zeldzame uitgaven die zelfs niet zijn terug te vinden in universiteitscollecties, noch in de catacomben van de Koninklijke Bibliotheek. Veel handelswaarde hebben ze overigens niet. Vrijwel geen mens heeft er nog belangstelling voor.

Borstbeeld van Dumas, omringt door een aantal van zijn Nederlandse kinderen, uitgegeven tussen 1832-1849

Menno Walsweer

© 1992-2012