Dorp wil beroemde zoon Alexandre Dumas houden

President Chirac wil de schrijver Alexandre Dumas herbegraven in het Parijse Panthéon. In Dumas' geboorteplaats is men woedend.

Door onze correspondent Pieter Kottman

VILLERS-COTTERÊTS, 26 JULI. Zo verbitterd als Michèle Thiebaut ook zegt te zijn, een woordspeling kan er nog af. Doelend op zijn pantalon zegt ze dat burgemeester Renaud Bellière zijn 'panthéon' heeft laten zakken in zijn strijd tegen Parijs. Die is immers geëindigd in 'gesjacher van het
laagste peil'. Terwijl ze een extra speld in haar in twee onberispelijke wrongen gevangen spierwitte haar drijft, oordeelt ze: 'Hij heeft zich laten omkopen, het is schokkend maar waar. Het is schandelijk dat Dumas hier wordt weggehaald en zijn wens niet wordt gerespecteerd.'

Mevrouw Thiebaut verzet zich tegen de 'panthéonisation' van de beroemde 'zoon van de streek', Alexandre Dumas (1802-1870), schrijver van onder meer 'De drie musketiers'. Hij ligt, inderdaad conform een in zijn Mes Mémoires geuite wens, begraven op het begraafplaatsje Maurice Baudon, in het centrum van zijn geboorteplaats Villers-Cotterêt, een honderd kilometer ten noordoosten van Parijs gelegen stadje van tienduizend zielen. Bij decreet heeft de Franse president Jacques Chirac bepaald dat de stoffelijke resten van Dumas in het najaar zullen worden bijgezet in het Panthéon, de Parijse tempel waar Frankrijks grote geesten postuum onderdak wordt geboden. Het stond op 26 maart in de staatscourant.

Sindsdien rommelt het in Villers-Cotterêt. Eerst was er eensgezind verzet tegen 'Parijs', inmiddels zijn er kampen van voor- en tegenstanders. Mevrouw Thiebaut zwaait met een petitie die door ruim 2.500 Cotteréziens is ondertekend. Maar zelfs François Angot, voorzitter van de Association des Trois Dumas en volgens burgemeester Bellière 's lands grootste Dumas-kenner, heeft zich verzoend met het vertrek van zijn held. Samen met Bellière legde hij deze week voor de laatste keer een krans op het graf van Dumas, ter herdenking van diens geboortedag, dit jaar precies tweehonderd jaar geleden.

Hij weet dat Bellière zijn best heeft gedaan. Vorig voorjaar al, toen de eerste geruchten over de Panthéon-plannen de kop opstaken, heeft de burgemeester, UDF-lid en daarmee behorend tot de partij van president Chirac, een brief naar de toenmalige minister van Cultuur geschreven. In de zomer kreeg hij een begripvol briefje terug, waarin de ministeriële kabinetschef evenwel wees op de mogelijkheid Dumas 'een universeel eerbetoon' te geven.

Op 11 september vorig jaar werd Bellière ontvangen door de culturele attaché van het Elysée, die hem verzekerde dat er niets besloten was en dat er niets besloten zou worden zonder hem te raadplegen.

Na de plompverloren publicatie in de staatscourant diende Bellière een bezwaarschrift in bij de Raad van State.

'Het werd weer van bovenaf opgelegd', analyseert Bellière de woede van zijn stad. Decentralisatie was een hoofdthema in de campagne van Chirac, dit voorjaar. De nieuwe premier, Jean-Pierre Raffarin, introduceerde zelfs de term 'la France d'en bas', het Frankrijk van 'beneden', dat eindelijk serieus genomen zou gaan worden. Met het decreet-Dumas pleegde Chirac niet minder dan verraad en brak hij een verkiezingsbelofte, 'zoals politici altijd doen' volgens mevrouw Thiebaut. Bellière zegt het anders: 'Een land ontsnapt niet aan zijn verleden. Amerika blijft een natie van cowboys, Rusland ziet in Poetin graag een tsaar, Frankrijk heeft een koning-president.'

Niettemin heeft Bellière serieus overwogen te gaan procederen tegen het presidentiële decreet, maar hij zegt er nu zeker van te zijn dat hij dat zou hebben verloren. Hij koos voor onderhandeling en de resultaten daarvan verzoenen veel Cotteréziens met het onvermijdelijke. Er wordt een kopie gemaakt van een in 1941 door de Duitse bezetters omgesmolten, ruim drie meter hoge bronzen beeld van Dumas, van de hand van Carrier-Bellese, een leerling van Rodin. Dankzij de minutieuze boekhouding van Parijs, dat het traject van nationaal cultuurgoed nauwgezet in de gaten houdt, heeft men vastgesteld dat een gipsen maquette van het beeld in bezit is van het Amerikaanse Paul Getty-Museum.

Dat is niet het enige. 'Parijs' heeft ook toegezegd de restauratie te zullen bekostigen van het kasteel van Villers-Cotterêt, een immens, in Italiaanse Renaissance-stijl opgetrokken complex in het centrum van de stad. Het kasteel is van nationaal belang, omdat Frans I er in 1539 de historische ordonnantie tekende die van het Frans de officiële landstaal maakte en parochies oplegde de namen van de gelovigen vast te leggen, de grondslag van de Burgerlijke Stand. Algemeen wordt de ordonnantie beschouwd als het eerste officiële blijk van natievorming.

Het complex is grondig vervallen. Tot de Tweede Wereldoorlog werden er de bedelaars en hoeren van Parijs opgesloten: het was destijds, met bijna tweeduizend bewoners, een stad in de stad. Nu wonen er nog steeds bijna honderd bejaarde daklozen en prostituées uit de hoofdstad. Burgemeester
Bellière, zelf nog steeds anderhalve dag per week werkzaam als architect, heeft 'geen idee' wat de restauratie zou kunnen gaan kosten. Hij wacht al sinds het 'akkoord' op een uitnodiging voor begrotingsbesprekingen. Het is de reden waarom velen op de receptie na de kranslegging en de opening van een kleine expositie in het Musée Dumas, hun twijfels uiten over de Parijse toezegging. 'Dat beeld zal er wel komen, maar in de restauratie van het kasteel geloof ik niet', oordeelt mevrouw Rambach. Ze heeft tranen in haar ogen, omdat ze als meisje nog gezien heeft hoe het beeld werd weggehaald. 'Het stemt toch bitter. Parijs heeft Dumas altijd veracht, hij was een volksschrijver. Parijs; dat was Victor Hugo, Dumas was goed voor de provincie. Nu pakken ze hem ons toch nog af.'
Alain, uitbater van een plaatselijk café, denkt er anders over. 'Die hele Dumas kon niemand een klap schelen, tot het decreet. Nu is hij 'kind van de streek'. Typisch Frans, altijd in de contramine.' Michèle Thiebaut kent hij wel. Stemt extreem-rechts volgens hem, net als bijna de helft van de bevolking. 'Het weinige dat we hebben, wordt ons afgepakt'; dat is wat de Cotteréziens volgens Alain nu 'al te gretig' zeggen. Maar volgens Association-voorzitter François Angot is de woede van Michèle Thiebaut, die de kinderkopjes van haar binnenplaats al ter beschikking heeft gesteld om verzet te bieden, authentiek. 'Ze is net Dumas. Die liet in 1830 ook drie ton kruit naar Parijs brengen om de opstandelingen te helpen.'

publicatiedatum 26 juli 2002

© Pieter Kottman / NRC

  back to menu